Meteen naar de inhoud

Schrijftips van Collega-auteurs – Kort verhaal vs roman


Het motto van de Fantastische Unie is #samenvoorhetfantastischegenre, en dat geldt natuurlijk ook voor schrijven in dat genre. Daarom introduceren we de schrijftips, waarbij auteurs elkaar kunnen vertellen hoe zij bepaalde dingen aanpakken. Horen hoe vakgenoten het doen, kan immers heel inspirerend werken. Of misschien pak jij het net compleet anders aan en ook dat is interessant voor mede-auteurs. We zetten het hier voor je op een rijtje.
Om het een beetje overzichtelijk te houden, werken we met een thema/schrijfonderdeel waarrond er tips zijn gegeven.

Deze keer leggen we het dilemma kort verhaal of roman aan je voor:
Iedere auteur krijgt ermee te maken: de lengte van het verhaal dat je wil vertellen, en de bijhorende regels en gebruiken. Verschillen die van elkaar, en zo ja, op welk vlak? Misschien verandert ook je aanpak naargelang je langer of korter werk schrijft? En wat doe je als je natuurlijke schrijvershabitat het schrijven van zevendelige series is, met de bijhorende stoet personages en verhaallijnen, en je het advies krijgt mee te doen met verhalenwedstrijden om je schrijven te ontwikkelen? Is dat dan goede raad, of werk je jezelf zo net tegen?


“Ik ben geen korteverhalenschrijver.”

“Volgens mij zit er een groot verschil tussen korte verhalen en het schrijven van series (of zelfs al een boek). Natuurlijk zijn er ook aspecten die overeenkomen, zoals zinsbouw, leesbaarheid, dialogen, het indelen van alinea’s. Als je dat wil verbeteren, is het schrijven van korte verhalen een goede manier om snel, veel te oefenen. En wedstrijden zijn een mooie manier om goede feedback te krijgen.
Maar er is ook verschil. Dosering van informatie, tempo, spanningsboog… daarvoor maakt het nogal uit of je een kort verhaal of een serie schrijft. Als je je wil bekwamen in lange verhalen, heeft het misschien niet zoveel zin om korte verhalen te gaan schrijven.
Ik ben geen korteverhalenschrijver. Ik vind het niet heel leuk om te doen en heb er ook nauwelijks ideeën voor. Dus het advies dat je korte verhalen zou móéten schrijven om een betere schrijver te worden, heb ik altijd onzin gevonden. Weet wat je wilt schrijven, onderzoek waarin je je wil bekwamen en stort je daar op, op een manier die bij jou past.”

– Kim ten Tusscher
Kim ten Tusscher schrijft epische fantasy met een grimmige sfeer. Na haar debuut Hydrhaga volgde al snel de Lilith-trilogie. Telkens als ze een verhaal heeft afgerond, stelt ze zich nieuwe vragen over haar wereld. Zo wordt de Saga’s van de Wisselaars steeds groter. Haar meest recente werk is Vertellingen van de Ondergang.

“Details en zeggingskracht zijn belangrijk in korte verhalen.”

“Als je net begint met schrijven is een kort verhaal wel nuttig, omdat je daarin de technieken van het verhalen schrijven kunt leren. Maar ik ben het eens met Kim ten Tusscher: als je een roman of serie wil schrijven, heeft het geen zin om eerst korte verhalen te schrijven. Dan moet je weten hoe je zo’n groot project aanpakt, hoe je het volhoudt enzovoorts. Bij korte verhalen heb je meer overzicht en gaat het meer om hoe je zo veel mogelijk zeggingskracht in je verhaal krijgt zonder te veel informatie te geven. In korte verhalen zijn details erg belangrijk (in romans ook, maar anders).”

– Sigrid Lensink-Damen
Sigrid Lensink-Damen is schrijver, vertaler en redacteur. Haar korte verhalen zijn in diverse bundels verschenen. Grotere werken worden uitgedacht. Daarnaast is zij eindredacteur bij Fantasize, vast jurylid bij Edge-Zero en met Isabelle Plomteux bestuurder van de Fantastische Unie.

“Vaak ontwikkelt het verhaal zich uit een UKV.”

“Wat ik vaak doe, is beginnen aan een ultra kort verhaal, een UKV. Soms haal ik de limiet, soms ontwikkelt het verhaal zich verder. Dan is het interessant om te zien waar de ‘UKV-scène’ zich uiteindelijk situeert in het resulterende verhaal. Nog over lengte: voor non-fictie (over SF/F/H) vind ik het makkelijker om lang werk te schrijven, net als voor sterk biografisch geïnspireerd werk. Ik heb veel bewondering voor mensen die een volledige roman kunnen ‘neerzetten’. Het gaat me vooral om de toewijding en aandacht om zo lang met één en hetzelfde project bezig te zijn.”

– Finn Audenaert
Finn Audenaert schrijft korte verhalen: sciencefiction, horror, sprookjes, weird tales en fantasy. Sommige verhalen hebben een absurd randje.  Zijn werk werd gepubliceerd in Portulaan, Weirdo’s en Out Of This World. Daarnaast stelt hij thematische verhalenbundels samen en verzorgt hij de eindredactie van In Tenebris. Voor Out Of This World regelt hij de verhalen en interviews. Ook is hij recensent bij Fantastische Vertellingen.

“Het een is niet beter dan het ander.”

“In mijn ervaring heb je langeverhalenschrijvers en korteverhalenschrijvers. Dit heeft echter niets met de lengte van het verhaal te maken, maar met hoe uitgebreid diegene vertelt.
Een langeverhalenschrijver voelt zich volgens mij beter op zijn gemak bij het schrijven van een lang verhaal, een dik boek, een trilogie of zelfs een zeventiendelige serie, maar kan uiteraard ook best een verhaal van duizend woorden schrijven. Hij zal dat laatste echter moeilijker vinden, omdat je in zo’n kort verhaal niet de ruimte hebt om uitgebreide beschrijvingen van de omgeving, de personages, de wereld te geven.
Aan de andere kant komt een korteverhalenschrijver vrij snel ter zake. Hij hoeft niet zoveel woorden te gebruiken om duidelijk te maken wat er aan de hand is: met slechts een paar zinnen is het karakter van een personage duidelijk.
Het een is niet beter dan het ander. Beide geven een andere schrijf- en leeservaring. Dat neemt niet weg dat het geen kwaad kan om de andere soort verhalen ook te proberen te schrijven. Niet alleen om technieken te verfijnen (en kennis te maken met alle hindernissen waar je bij zo’n project tegenaan loopt), maar ook om beter te ontdekken waar jouw voorkeuren liggen, maar als je eenmaal weet waar je kracht ligt en waar je voorkeur ligt, moet je jezelf niet laten aanpraten om iets te doen waarvan je weet dat het niets voor jou is.”

– Gerard van den Akker
Gerard van den Akker (1982) is geboren en getogen Amsterdammer. Tegenwoordig is hij het bekendst in het Nederlandstalige fantastische genre als jurylid: op dit moment voor Waterloper, maar hiervoor heeft hij ook voor alle negen de edities van Fantastels gejureerd. Een tijd lang is hij eindredacteur van het online magazine ‘Blind’ geweest, en heeft een tijdje als freelance redacteur gewerkt, maar is sindsdien naar de IT afgezwaaid. Ook heeft hij diverse korte verhalen geschreven en gepubliceerd in binnen- en buitenland, en heeft hij aan diverse schrijfwedstrijden meegedaan, waar hij van laatste tot eerste eindigde.

“Ik geniet van het schrijfproces.”

“Ik begin nog maar net, maar merk wel dat ik een lang verhaal stukken leuker vind om te schrijven om de simpele reden dat een kort verhaal schrijven ook weer zo voorbij is. Ik geniet echt van het schrijfproces en van mij mag dat lang duren. Al zal lang niet alle ‘backstory’ en wereldbouw vertaald worden naar het papier – het houdt je wel langer bezig.”

– Soumya Shyam
Soumya Shyam is auteur en kunstenaar en al zo lang zij zich kan herinneren dol op mythen en epossen van over de hele wereld. Zij haalt dan ook veel inspiratie uit deze verhalen en schrijft graag high fantasy geïnspireerd door eeuwenoude archetypes, hervertellingen van bekende legendes en alles daartussenin. Haar debuutverhaal ‘Het zoete zout der aarde’ kun je lezen in Meer dan Menselijk, een themabundel over goden en godinnen samengesteld door Liesbeth Jochemsen. Momenteel werkt Soumya aan haar eerste fantasyboek Waterzang, waarin zij verschillende oude verhalen over zonnegodinnen verweeft.

“Elk verhaal heeft iets anders nodig.”

“Elk boek en elk kort verhaal heeft toch weer net iets anders nodig om wat je als schrijver uit wilt dragen er in kwijt te kunnen. Het is vaak een zoektocht, wat het beste past bij dit onderwerp en bij dit thema, bij deze personages, in deze wereldbouw. Ik begin steeds meer te geloven dat ik een schrijver ben die veel elementen in een verhaal wil combineren, daar maak ik het mezelf vaak moeilijk mee, maar ik vind het wel het mooiste als het me is gelukt. Denk bijvoorbeeld aan Nederland emigreert, waar meer thema’s van Waterloper bij elkaar kwamen. Of het verhaal Uitgekocht dat in de bundel Nederland in 2084 is opgenomen, waar ik meerdere actuele gebeurtenissen van de afgelopen jaren in heb gestopt. Heerlijk als alles wat geen relatie lijkt te hebben dat toch krijgt.”

– Johanna Lime
Johanna Lime is het pseudoniem van Marjo Heijkoop. Ze debuteerde in 2015 met Schimmenschuw bij Zilverbron, gevolgd door de trilogieën De vergeten vloek (2017 – 2020) en Interplanetair (2021 – 2023). Johanna schrijft een combinatie van fantasy en sciencefiction in een zich steeds verder uitbreidend heelal.