Meteen naar de inhoud

Interview met Matthias De Heer


Interview met Matthias De Heer

Matthias de Heer, eigen foto

Werner Peeters sprak met hem:

Dag Matthias, stel jezelf eens even voor? Je bent geschiedenisleraar, als ik me niet vergis?
Mijn naam is Matthias, dertig jaar oud, ik woon in Vlaardingen met mijn vrouw, mijn zoontje van drie maanden en onze kat Éowyn. Ik werk met erg veel plezier als geschiedenisdocent op een middelbare school in Rotterdam en geef les van de onderbouw tot en met de examenklassen. Ik houd erg van het vertellen van verhalen voor de klas, maar ik vind het ook geweldig om in mijn vrije tijd Fantasy te schrijven. Dat doe ik al sinds kleins af aan en in november is mijn debuut Druïde in het duister verschenen bij uitgeverij Kabauterpers, waar ik erg trots op ben!

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Op dit moment schrijf ik aan het vervolg op mijn boek, al moet ik erg mijn best doen om daar de tijd voor te vinden. Drie maanden geleden ben ik vader geworden en de luiers, flesjes en speelmomenten met hem krijgen nu natuurlijk de prioriteit.

Welk doelpubliek heb je met je eersteling voor ogen?
Druïde in het duister is een YA fantasyboek dat ook graag door volwassenen gelezen wordt. Mijn doel was om een boek te schrijven op het leesniveau van het derde of vierde deel uit de Harry Potterreeks. NBD Biblion heeft het leesniveau op 13 jaar en ouder gezet. De hoofdpersoon is twaalf jaar, maar een ander belangrijk personage is volwassen. Deze combinatie maakt het zowel voor jongere als volwassen lezers een aantrekkelijk verhaal.     

Welke auteurs zijn je grootste inspiratiebron?
Tonke Dragt voor het gevoel van avontuur, Patrick Rothfuss voor de sfeer, Robin Hobb voor de ontwikkeling van karakters, Stephen King voor het tempo in het verhaal en Brandon Sanderson voor hoe je een magiesysteem begrenst.

Heb je dat laatste ook moeten doen voor je eigen boek? ‘Werkt’ magie daar op een welbepaalde manier?
Zeker. In mijn verhaal staan twee magiesystemen tegenover elkaar. De Spreukers zijn mysterieuze magiërs die met hun spreuken vuur kunnen spuwen. De lezer komt gaandeweg het verhaal te leren hoe dit precies in zijn werk gaat en wat hiervan de kosten zijn. De Spreukers besturen het rijk en hebben het alleenrecht op het gebruik van magie. Daarom verketteren zij de Druïden, het magische volk dat in de wouden leeft, en alles wat met hen te maken heeft. Druïden kunnen de krachten van hun voorouders oproepen en sommigen kunnen toverdranken brouwen. Deze toverdranken hebben allerlei effecten: Helixer werkt geneeskrachtig, Hernimmeringsdrank wist het geheugen, Biechtenbrouw dwingt de drinker de waarheid te spreken… Onder het mensenvolk is er een illegale handel ontstaan in deze verboden toverdranken. Deze criminele onderwereld speelt een centrale rol in het verhaal.  

Leest de jeugd van vandaag te weinig?
Gelukkig zijn er altijd kinderen die roepen ‘Hé, dat ken ik van de Percy Jacksonboeken!’ wanneer ik de Griekse mythen vertel. In elke klas zitten dus wel leerlingen die met veel plezier lezen. Hun leeservaring en tekstbegrip komt bij een vak als geschiedenis, maar ook aardrijkskunde, biologie enzovoorts erg goed van hun pas. Helaas geldt dit voor het grootste deel van de klassen niet. Wanneer kinderen nauwelijks boeken hebben gelezen, is hun taalvaardigheid en leesniveau niet op het gewenste niveau. En dat is zonde. Veel kinderen geven aan dat ze op de basisschool wel graag lazen, maar dat sinds de latere groepen niet meer doen. De smartphone is vaak de boosdoener. 

Zijn er dingen uit je geschiedenislessen die meeneemt in je boeken?
De wereld die ik gecreëerd heb is deels gebaseerd op de Nederlanden uit de vijftiende en zestiende eeuw, de periode van kettervervolgingen en een groeiend verzet daartegen.  

Matthias bij zijn kraam
Stapeltje Druïde in het duister