
Interview met Kim ten tusscher
Interview met Kim ten Tusscher

Werner Peeters sprak met haar:
Dag Kim, stel jezelf eens even voor?
Leuk! Ik ben Kim ten Tusscher. Sinds 2008 zijn er dertien boeken van me gepubliceerd bij uitgeverij Zilverspoor. Ik ben echt een langschrijver. Hoewel je op mijn website twee korte verhalen kunt lezen, ligt mijn hart bij het omvangrijkere werk. Het kost me ook moeite om een compleet verhaal in een paar duizend woorden te vatten. Ik weet ook hoe dat komt. Veel andere schrijvers hebben altijd tientallen ideeën liggen, ik heb alleen een idee van het verhaal waar ik op dat moment aan werk. Pas als ik het einde nader, krijg ik inspiratie voor het volgende verhaal. Maar ondertussen stop ik wel alle ideeën in dat project waar ik aan werk. Tja, dan dijt het natuurlijk wel uit.
Naast schrijven werk ik 16 uur per weer bij AH to Go (ook om niet helemaal gek te worden. Alleen maar schrijven is echt niet goed voor me). Ik wandel en reis graag (inmiddels ook om settings van mijn verhalen te researchen) en sinds we een nieuwe tuin hebben, ben ik geobsedeerd door alle beestjes die onze planten bezoeken.
Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik ben bezig met De Hartwaker, dat is deel één van een nieuwe serie getiteld Bevroren Vuur. Het speelt grotendeels af op de Noordpool, al speelt een deel van het eerste boek ook in het voor mijn lezers bekende Merzia.
Nàk Aktuq (kort Nàka) is mijn belangrijkste hoofdpersonage. Ze is een Inuukse en heeft binnen de clan de rol van Hartwaker. Hartwakers hebben verschillende taken: zo drummen ze iedere avond de hartslag van de Oermoeder, waaraan je kunt horen of het wel goed gaat met haar en de wereld. Ze hebben ook een adviserende rol binnen de raad van clanleiders. En tijdens de Duik beoordelen ze of het Kuit van de Oermoeder wel of niet bevrucht is. Zo niet, dan mogen de Inuuk dat bevroren vuur onder andere gebruiken om hun onderkomens mee te verwarmen en verlichten.
Ik zit nu in de fase waarin ik eindelijk het verhaal en de personages begrijp. Dat heeft lang geduurd, want ik moest veel onderzoek doen voor dit verhaal. Ik heb veel gelezen over de Inuit en andere poolvolkeren om een goed beeld te krijgen van de cultuur waarin Nàka leeft. Super interessant en ontzettend leuk om nu een eigen draai aan die kennis te geven. Want bevroren vuur heeft magie in zich, dus dat verandert natuurlijk zaken. Zo reizen mijn Inuuk in deze reeks niet per hondenslee, maar op een soort sneeuwscooters aangedreven door de magie.
Maar de cultuur creëren was niet het enige wat tijd kostte. Nàka wordt in het begin van het boek plotsdoof. En een doof hoofdpersonage geeft veel uitdagingen, denk maar eens aan de dialogen! In eerste instantie zou Nàka’s doofheid dus ook slechts tijdelijk zijn, maar uiteindelijk vond ik dat niet kunnen. Iets opvoeren, omdat het mij goed uitkomt en weer laten verdwijnen, zodra het lastig voor me wordt? Zo werkt het helaas niet in de echte wereld, dus ook niet in mijn verhaal. Nàka en haar familie moet er dus mee om leren gaan. En ik moest een goede manier vinden om het te laten werken in een verhaal.
Nou heb ik al heel veel verteld, maar nog weinig over het verhaal zelf. Heel kort dan: Er lekt steeds meer magie door de aardkorst, waardoor de wereld opwarmt. Ondertussen dreunt de hartslag van de Oermoeder steeds sneller en harder. Terwijl Nàka zich een weg zoekt over het smeltende ijs probeert ze te ontdekken wat er met de Oermoeder aan de hand is. Zijn de veranderingen een teken van de Hom of speelt er meer? En wat hebben de monsters ermee te maken die steeds dichterbij komen en het voorzien lijken te hebben op Nàka en haar gezin?
Je hebt al ettelijke reeksen op je naam staan. Maak ons eens wegwijs.
Na mijn debuut Hydrhaga (die staat helemaal los van de rest) begon ik met het creëren van de wereld waarin mijn series spelen. Dat zijn de Lilith-trilogie, Jager en Prooi en de zeven boeken tellende Vertellingen van de Ondergang. Dat zijn dus drie afzonderlijke verhalen die wel onderling verbonden zijn. Ook Bevroren Vuur speelt in deze wereld.
Mijn verhalen kenmerken zich door de grimmige setting, de rauwheid van de gebeurtenissen en de levensechte personages. Omdat het idee van gedaantewisselaars in alle verhalen een grote rol speelt, heb ik mijn werk de overkoepelende titel De saga’s van de wisselaars gegeven. Ik vind het een interessant concept, het idee dat je in een dier zou kunnen veranderen. En vooral wat dat dan betekent voor het leven wat je leidt.
Lilith is een draakwisselaar en omdat die zeldzaam zijn, is zij jarenlang misbruikt als wapen en ingezet in de oorlog. Haar meester ziet haar eigenlijk als niet meer dan een vliegende vlammenwerper. Twijfelend of ze al die mensen wel heeft aangevallen en verjaagd vanuit de juiste motieven slaat ze op de vlucht en probeert ze uit handen te blijven van de strijdende machten.
Meaghun uit Jager en Prooi is opgegroeid met het idee dat wisselaars het ultieme kwaad zijn en uitgeroeid moeten worden voor dit kwaad zich over de hele wereld verspreidt. Als hoofd van het Margaliaanse leger jaagt hij op de gedaantewisselaars. Tot hij ontdekt dat hij zelf in een Wolf kan veranderen. Dat heeft natuurlijk impact op zijn leven, zijn gezin, zijn overtuigingen… op alles.
De Vertellingen van de Ondergang schreef ik, omdat lezers nieuwsgierig bleven naar hoe het Lilith na de trilogie zou vergaan. Eerst hield ik vol dat ik niet meer over haar zou schrijven, maar door de aanhoudende vragen, begon het toch te kriebelen. Deze serie start met een burgeroorlog tussen Lilith en Rayender, de verloren gewaande erfgenaam van de troon van Merzia. Als een oude magie wordt gewekt, ontaardt die oorlog echter in een strijd om het voortbestaan van de wereld. Eentje waar ook de Goden zich mee bemoeien.
Lezers vragen me vaak waar ze moeten beginnen. Ik neig er de laatste tijd steeds meer naar dat de volgorde waarin ik de verhalen heb geschreven ook de beste volgorde is om ze te lezen. Vaak neem ik toch thema’s of vragen uit een vorige reeks mee naar mijn volgende. Dus als je leest zoals ik ze heb geschreven, krijg je die ontwikkeling ook mee. Maar ik schrijf een nieuwe reeks altijd zo dat je die ook los kunt lezen, dus als je vooral nieuwsgierig bent naar de epische Vertellingen van de Ondergang, dan is Bloed ook een uitstekend startpunt.
Zo te zien documenteer je je uitvoerig over de culturen die je in je boeken beschrijft. Waar is dit nog authentiek en vanaf wanneer begint het fantasie-element mee te spelen?
Mooie vraag! Het gevaar is dat ik te ver doorsla en het te waarheidsgetrouw wil gaan doen en mezelf daarmee een dwangbuis aantrek. Uiteindelijk moet het verhaal wat ik ga vertellen leidend zijn in hoe ik een cultuur neerzet. Om dat te kunnen, heb ik de vrijheid nodig om zaken aan te passen. Dat zit hem niet alleen in de toevoeging van de magie, maar ook in de regels van hun cultuur, dagdagelijkse bezigheden, soms de kleding of wat ze eten. Soms mix ik bestaande culturen en soms voeg ik iets van mezelf toe.
Wat altijd helemaal verzonnen is, is de spirituele kant. Ik vind niet dat ik mag stelen van de religieuze opvattingen van de Inuit of welk ander volk ook. Ik weet simpelweg te weinig van de nuances van een andere religie om die op een juiste manier in een verhaal te verwerken. Bovendien kom je al snel op het vlak van cultuurkaping als je dat wel doet en dat wil ik vermijden.
Mijn research is de basis. En sommige dingen kloppen wel, zoals de huizen (qarmait) of de bijzondere manier om met alle clans op kariboes te jagen (hoewel, in Bevroren Vuur bemoeien de draken zich daar ook mee). Ik hoop dat mijn verhaal de lezer zo nieuwsgierig maakt dat die zelf op onderzoek uitgaat. Wat ik niet hoop is dat de lezer denkt dat mijn volk een waarheidsgetrouwe weergave zijn van de Inuit, want dan doe ik de rijke, bestaande cultuur te kort.
Vind je dat Nederlandstalige fantasy stiefmoederlijk behandeld wordt, of valt het nogal mee?
Ik vind dat het de afgelopen jaren enorm is verbeterd. Toen ik twintig jaar geleden begon, was er wel de aanname dat Nederlanders geen fantasy konden schrijven (en vrouwen al helemaal niet!). Ook ik kreeg het advies om een Engels klinkend pseudoniem te kiezen. Daar heb ik over nagedacht, maar ik ben te trots op wat ik maak, dus wilde ik mijn eigen naam op de omslag. En ik zag ook niet voor me hoe zoiets zou werken op beurzen en festivals waar ik mijn boeken promoot.‘Hello, my name is Kim and I’ve written this book.’ (Denk er een lekker Twents-Nederlands accent bij. Niet echt overtuigend, toch?)
De Fantastische Unie helpt natuurlijk bij het uit het verdoemhoekje trekken van ons genre. Door zoals laatst een opiniestuk te sturen naar een landelijke krant naar aanleiding van een uitspraak van een van de journalisten. Of de fantastische leeslijst. Maar een Facebookgroep als de Science Fiction en Fantasy Boekenclub helpt ook enorm.
Eigenlijk is die verandering ingezet rondom de tijd dat ik begon te schrijven (en daarmee bedoel ik niet dat ik de oorzaak ben van die verandering). Meerdere mensen hadden er genoeg van dat de gevestigde uitgeverijen zich voornamelijk richtten op boekvertalingen, terwijl er in ons taalgebied zo veel talent rondloopt. Zij startten destijds nieuwe uitgeverijen. En doordat zij hun boeken vooral promootten (en nog steeds promoten) op festivals en beurzen, komen de lezers ook meer en meer met onze boeken in aanraking.
We hebben dus veel gewonnen, maar er valt nog veel meer te winnen. De volgende uitdaging wordt om als genre uit de vertrouwde bubbel te breken. En dat kunnen we alleen maar samen en vanuit trots voor ons genre.
Wie zijn zelf je grote voorbeelden?
Het begon voor mij allemaal met het werk van Tolkien, al waren het in eerste instantie vooral de films die me inspireerden. Maar ik heb ook een enorme bewondering voor de omvangrijke wereld die hij heeft gecreëerd.
Robin Hobb is ook een voorbeeld voor me. Wat zij met haar personages en wereld doet, vind ik fenomenaal. En soms snap ik ook niet zo goed waar mijn bewondering door komt. Ze schrijft pagina’s vol met lijstjes wat Fitz nog aan zijn huis moet verbouwen en toch blijf ik geboeid. Haar werk heeft een goede invloed op mijn schrijven en vaak (her)lees ik haar boeken zo rondom de redactie, zodat er hopelijk een beetje van haar magie doorsijpelt in mijn eigen teksten. Hmm, het wordt tijd dat ik er weer eens in begin.
Sophia Drenth vind ik ook een geweldige auteur. Haar Bloedwetten is heerlijk duister en de personages zijn levensecht. Verder blinkt Sophia uit in de manier waarop ze het verhaal op papier zet. Haar schrijfstijl is bijzonder mooi.
En Robin Rozendal is een voorbeeld om hoe creatief ze is. Niet alleen op het gebied van het schrijven, maar ook op allerlei andere vlakken. Ze is onvermoeibaar en koerst rustig op haar doel af, althans zo lijkt het. Die creativiteit vind je ook terug in de wereld die ze heeft geschapen. De wereld van de Levende steden is zo fantasierijk.
Waar kunnen we je vinden (website, social media, e.d.)?
Instagram: www.instagram.com/kimtentusscher
Facebook: www.facebook.com/kim.tentusscher.1
LinkedIn: www.linkedin.com/in/kim-ten-tusscher-4b768411a/
Mijn eigen website: kimtentusscher.com

